Grote Rekendag

Nieuws

Tipje van de sluier – december 2025

Wat is inmiddels gepubliceerd:

  1. Per groep (1-2, 3-4, 5-6, 7-8) is er een samenvatting
  2. Bij die samenvatting ook een korte typering wat gerelateerd is aan de nieuwe kerndoelen
  3. De powerpoints die bij de activiteiten horen
  4. Een materialenlijst

De Grote Rekendag 2026 nodigt leerlingen en leerkrachten uit om kritisch te kijken naar wiskunde in hun eigen omgeving. Aan de hand van onderzoek, spel en ontdekactiviteiten verkennen ze vragen zoals “Kan dit kloppen?” en ontdekken ze de rol van rekenen en wiskunde in het dagelijks leven.

We gaan nu ook de werkbladen beschikbaar maken. De handleidingen (per ‘bouw’) volgen volgende week.

Hieronder nog per onderdeel een korte toelichting op de activiteiten per ‘bouw’.

De kinderen uit groep 1 en 2 worden meegenomen in het verhaal van de wonderlijke bril van Tante Til. Tante Til heeft met haar bril een bijzondere kijk op de wereld. De kinderen zien bijvoorbeeld alleen maar een verzameling blokjes, en Tante Til ziet door haar bril een mooi huisje. Hoe kan dat? De kinderen onderzoeken of zij dat mooie huisje ook kunnen zien, hoeveel blokjes daarvoor nodig zijn en hoe ze die moeten stapelen. Zo ontdekken ze of het klopt, en krijgen ze in feite net zo’n wonderbaarlijke bril als Tante Til zelf.
Vanuit dit verhaal zijn de kinderen, zowel in de klas als in het gymlokaal bezig met verschillende ontdekkingen waarin ‘goed kijken’ een belangrijke rol speelt. Met deze activiteiten werken de kinderen aan kerndoel 18A: “De leerling herkent en gebruikt wiskunde in alledaagse en maatschappelijke situaties.”. Tante Til ziet de wereld door een wiskundige bril waardoor zij overal wel wiskunde in kan zien. Tijdens deze Grote Rekendag worden de leerlingen uitgedaagd om dat ook te doen: de wiskunde in hun omgeving herkennen en gebruiken.

De kinderen doen eerst een klassikale activiteit waarin ze nadenken over verschillende volgordes om Ika, de robot uit Japan, kledingstukken aan te trekken. Daarna volgt een circuit met activiteiten die steeds draaien om de vraag: Kan dit kloppen? De opdrachten gaan onder andere over blokkenbouwsels, doosjes, tellen, en over de vraag wat er wel en niet in de klas past.
In het buitenspel zoeken de kinderen, zonder te praten, de goede plek voor hun getal op een levende getallenlijn. Met een klassikale quiz worden de onderdelen van het circuit geïntroduceerd. Ten slotte is er nog een ontdekactiviteit met de hele klas waarbij kinderen een Möbiusband maken, kleuren en onderzoeken.

Tijdens het aankleden van Ika proberen de leerlingen een werkend algoritme te achterhalen: de juiste volgorde waarin de verschillende kledingstukken moeten worden aangetrokken. De leerlingen bedenken mogelijke volgordes (algoritmes), maken zich een voorstelling van het resultaat en beoordelen dat resultaat van het algoritme. Hiermee wordt tijdens deze activiteit gewerkt aan kerndoel 15C: “De leerling bedenkt en beschrijft algoritmes.”

De leerkracht start de ochtend met een eenvoudige stelling over combinaties van smaken ijs: “We waren dit weekend samen met 5 volwassenen en 6 kinderen bij een ijskar. Bij de ijskar is keuze uit vier smaken. Dat is mooi, want zo konden we alle elf een andere combinatie kiezen. Is dit waar of is het niet waar?”. Daarmee is de ochtend geopend waarin aan de hand van kleine onderzoekjes steeds de vraag wordt gesteld: “Kan dit kloppen?”. Dit wordt afgewisseld met een buitenspel (De allergrootste voetstap), de quiz Kan het kloppen?, een spel Het 100-veld vullen aan de hand van dobbelsteenworpen en het afrondende deel Verdiept onderzoek.
Gedurende deze Grote Rekendag ervaren de leerlingen hoe wiskunde hen kan helpen om de juistheid van stellingen vast te stellen. De verschillende activiteiten in groep 5-6 vergen een onderzoekende en kritische houding ten aanzien van getallen. Hiermee werken de leerlingen aan kerndoel 17A: “De school stimuleert de ontwikkeling van een wiskundige attitude bij leerlingen.” Zie ook Van der Maeden (2025).

In de bovenbouw zijn er drie activiteiten gedurende de ochtend, waarin de leerlingen aan de hand van de vraag “Kan het kloppen?” aan het werk gaan.
Deel 1 gaat over gezond eten. De overheid heeft een zogenoemde Nutri-Score ingevoerd voor al ons voedsel. De leerlingen gaan nu checken hoe dat zit, en of ze zelf ook gezond eten.
In deel 2 onderzoeken de leerlingen hoe het zit met de wettelijke norm voor voldoende ruimte per leerling in het klaslokaal. Het meet- en redeneer-werk wordt uitgevoerd in groepjes, en op locatie (in het eigen lokaal en andere lokalen). Tijdens deze activiteit werken de leerlingen aan een niet-routinematig oplosbaar probleem. Hierbij is het van belang dat leerlingen de norm (‘voldoende ruimte’) vergelijken met hun eigen situatie waarbij zij reflecteren op hoe en waarom deze van elkaar verschillen. Hiermee wordt gewerkt aan kerndoel 15A: “De leerling lost wiskundige problemen en toepassingsproblemen op.”
In Deel 3 gaan we weer terug naar het eigen lokaal en worden nog enkele situaties voorgelegd uit het dagelijks leven met opnieuw de vraag “Kan het kloppen?”.